30 juni 2017

Veldstudies over neonicotinoïden vinden geen consistente effecten op bestuivers

  • Veldstudie levert onsamenhangende resultaten op, waarin de nood wordt benadrukt
    om rekening te houden met de sterkte van de kolonie en de milieu-omstandigheden.
  • Studie bevestigt dat de eicelproductie van noch de hommelkoningin, noch de solitaire
    bij “rechtstreeks beïnvloed wordt door zaadbehandeling”.
  • Bayer blijft ervan overtuigd dat zaadbehandelingen met neonicotinoïden bij koolzaad
    geen negatieve effecten op korte en op lange termijn hebben op bijen en dat deze
    zaadbehandelingen een nuttig en efficiënt hulpmiddel zijn voor boeren.

Diegem, 29 juni 2017 – Een nieuwe studie die onlangs in Science werd gepubliceerd levert geen consistente resultaten over de impact van zaadbehandelingen met neonicotinoïden bij koolzaad op de gezondheid van kolonies van honingbijen, hommels of solitaire bijen. De grootschalige veldstudie in Duitsland, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk (VK) werd uitgevoerd door het Centrum voor Ecologie & Hydrologie (CEH) in het VK en gesponsord door Bayer en Syngenta. Het doel van de studie was de impact te onderzoeken op kolonies van honingbijen die zich voeden met onbehandeld koolzaad of koolzaad dat behandeld werd met neonicotinoïden onder realistische veldomstandigheden. Een veldstudie over hommels en solitaire bijen gebeurde naast deze studie.

Inconsistente resultaten per land benadrukken de nood om rekening te houden met de sterkte van de kolonies en de milieu-omstandigheden

Het CEH vond geen consistente effecten in Duitsland, Hongarije en het VK op hoofdindicatoren voor de gezondheid van de honingbij, zoals de koloniesterkte, de foerageersterfte, het overwinteringssucces van de kolonies, het gedrag of de vatbaarheid voor ziekten in honingbijen.

In het Duitse deel van de studie vonden de onderzoekers een positief verband tussen de performantie van de bijenkorf en zaadbehandeling met neonicotinoïden, d.w.z. de sterkte van de kolonie van de honingbijen nam toe wanneer de bijen foerageerden op behandeld koolzaad. Dat komt overeen met de observatie dat de kolonies in behandelde gebieden gemiddeld sterker waren bij het begin van de studie dan die in de controlegebieden.

 

Anderzijds werd een zwakkere performantie van de kolonie vastgesteld in het VK en gedeeltelijk in Hongarije. De koloniesterfte in het VK was te hoog doorheen alle behandelingen om sterke wetenschappelijke conclusies te ondersteunen, in het bijzonder over de koloniesterkte bij overwintering. Bijgevolg kunnen voor deze locaties geen betrouwbare conclusies getrokken worden over het risico.

In Hongarije was de gemiddelde sterkte van de kolonies in de behandelde gebieden een beetje lager bij het begin van de studie dan in de controlegebieden en de diversiteit van het omringende landschap was niet dezelfde tussen de controlevelden en de behandelde velden.

Dr. Richard Schmuck, Director of Environmental Safety bij Crop Science, een afdeling van Bayer, verklaart: “Om dergelijke inconsistenties tussen de resultaten van de verschillende landen te begrijpen, is het belangrijk om rekening te houden met het feit dat de honingbijkolonies van verschillende sterkten in de CEH-studie niet gelijk waren verdeeld over de verschillende behandelingsgroepen. Onlangs hebben we een gevoeligheidsanalyse voltooid die suggereert dat de ontwikkeling van bijenkolonies sterk beïnvloed wordt door de koloniesterkte bij het begin van de studie.”

Als deze verschillen in grootte van de bijenkorf en de diversiteit van het omringende milieu adequaat in aanmerking worden genomen, toont de statistische analyse niet langer de gemelde verschillen. “Het is spijtig dat de gerapporteerde statistische analyse niet gecorrigeerd werd voor verschillen in de grootte van de bijenkorf of voor verschillen in milieulandschappen, maar dat benadrukt de complexiteit van het uitvoeren van dit soort studie op zo’n grote schaal,” vervolgde Schmuck.

“Daarom delen we de interpretatie van het CEH niet dat uit deze studie kan worden geconcludeerd dat er bijwerkingen van de zaadbehandeling zijn en we blijven ervan overtuigd dat neonicotinoïden veilig zijn als ze op een verantwoorde manier gebruikt en toegepast worden.”

Studies op wilde bijen vereisen zorgvuldige analyse

Het verslag van het CEH vermeldt ook een sterk variabel en inconsistent verband tussen blootstelling aan zaadbehandelingen met neonicotinoïden bij koolzaad en de impact op hommels, Bombus terrestris en op de solitaire bij, Osmia. Het enige statistisch significante resultaat was op het aantal darren bij hommels, dat in Duitsland steeg bij behandeld koolzaad in vergelijking met de controlegebieden, maar daalde in het VK.

De auteurs melden in het verslag dat noch bij de hommelkoningin, noch bij de solitaire bij de eicelproductie “rechtstreeks beïnvloed werd door de zaadbehandelingen of de interactie ervan met het land”.

De auteurs hebben echter verdere statistische analyses uitgevoerd, wat suggereert dat de productie van de koningin bij Bombus en van reproductieve cellen bij Osmia beïnvloed kan zijn door de blootstelling aan neonicotinoïden. Deze analyse werd uitgevoerd op samengevoegde gegevens, d.w.z. wanneer de resultaten van de drie landen verzameld zijn, en dergelijke verbanden zouden niet waargenomen worden als de gegevens voor elk land afzonderlijk geanalyseerd werden.

Conclusie

Deze studie is er één van een aantal landschapsstudies die recentelijk uitgevoerd werden. De resultaten van de CEH-studie zijn inconsistent en dus afdoend wat betreft de variabiliteit van effecten voor zowel de bijensoorten als de landen waarin ze bestudeerd werden. We geloven dat, als in de analyse op de juiste wijze rekening zou gehouden worden met andere milieufactoren (sterkte van de kolonie en landschapseffecten) dan de blootstelling aan behandeld koolzaad, de resultaten gelijkaardig zouden zijn als in bv. recente landschapsstudies die uitgevoerd zijn met clothianidine in Mecklenburg-Vorpommern, een deelstaat in Noord-Duitsland, waarin de veiligheid werd aangetoond van zaadbehandelingen met clothianidine bij koolzaad voor bijenbestuivers onder realistische omstandigheden.

Boeren moeten ongedierte bestrijden in akkerbouwgewassen, zoals koolzaad, als ze het veilige, kwaliteitsvolle, betaalbare voedsel willen leveren dat de Europese consument vraagt. Bayer blijft ervan overtuigd dat zaadbehandelingen met neonicotinoïden voor koolzaad op korte en op lange termijn geen negatieve effecten hebben op bijen en dat deze zaadbehandelingen een nuttig en efficiënt hulpmiddel zijn voor boeren.

Literatuurreferenties

Schmuck, R. & Lewis, G. Ecotoxicologie: Nazicht van veld- en controlerende studies die de rol onderzoeken van nitro-gesubstitueerde neonicotinoïde-insecticiden op het vermelde verlies van honingbijkolonies (Apis mellifera)

Ecotoxicology (2016). DOI: 10.1007/s10646-016-1734-7

http://rd.springer.com/article/10.1007/s10646-016-1734-7

Heimbach, F., Russ, A., Schimmer, M. et al.: Grootschalige monitoring van effecten van koolzaad, behandeld met clothianidine, op bestuivende insecten in Noord-Duitsland:

Implementatie van het controlerende project en zijn representativiteit.

Ecotoxicology (2016). DOI: 10.1007/s10646-016-1724-9

http://rd.springer.com/article/10.1007/s10646-016-1724-9

Rolke, D., Persigehl, M., Peters, B. et al.: Grootschalige monitoring van effecten van koolzaad, behandeld met clothianidine, op bestuivende insecten in Noord-Duitsland: residuen van clothianidine in pollen, nectar en honing.

Ecotoxicology (2016). DOI: 10.1007/s10646-016-1723-x

http://rd.springer.com/article/10.1007/s10646-016-1723-x

Rolke, D., Fuchs, S., Grünewald, B. et al.: Grootschalige monitoring van effecten van koolzaad, behandeld met clothianidine, op bestuivende insecten in Noord-Duitsland:

Effecten op honingbijen (Apis mellifera).

Ecotoxicology (2016). DOI: 10.1007/s10646-016-1725-8

http://rd.springer.com/article/10.1007/s10646-016-1725-8

Sterk, G., Peters, B., Gao, Z. et al.: Grootschalige monitoring van effecten van koolzaad, behandeld met clothianidine, op bestuivende insecten in Noord-Duitsland: effecten op grote aardhommels (Bombus terrestris).

Ecotoxicology (2016). DOI: 10.1007/s10646-016-1730-y

http://rd.springer.com/article/10.1007/s10646-016-1730-y

Peters, B., Gao, Z. & Zumkier, U. Ecotoxicology: Grootschalige monitoring van effecten van koolzaad, behandeld met clothianidine, op bestuivende insecten in Noord-Duitsland:

Effecten op rosse metselbijen (Osmia bicornis)

Ecotoxicology (2016). DOI: 10.1007/s10646-016-1729-4

http://rd.springer.com/article/10.1007/s10646-016-1729-4


Contact:

Joris Poppe, +32 471 48 14 03; joris.poppe@bayer.com

 

 

Bayer: Science For A Better Life

Bayer is een wereldwijd opererende onderneming met kernactiviteiten in de Life Science-sectoren van de gezondheidszorg en de landbouw. Bayer wil met zijn producten en diensten de mens tot nut zijn en bijdragen tot een hogere levenskwaliteit. Tegelijkertijd creëert Bayer waarde via innovatie, groei en hoog winstpotentieel. Het concern staat voor duurzame ontwikkeling en erkent zijn rol als sociaal en ethisch verantwoordelijke ‘corporate citizen’. In het boekjaar 2016 telde Bayer ongeveer 115.200 medewerkers en bedroeg de omzet 46,8 miljard euro. De investeringen bedroegen 2,6 miljard euro en de R&D-uitgaven 4,7 miljard euro. Deze cijfers bevatten die van de hoogwaardige polymeren-business, die op 6 oktober 2015 als zelfstandige onderneming onder de naam Covestro op de beurs gebracht werd. Voor meer informatie, zie www.bayer.com.


Toekomstgerichte verklaringen

Dit persbericht kan uitspraken bevatten over de toekomst op basis van huidige veronderstellingen en voorspellingen gemaakt door het bestuur van de Bayer. Door uiteenlopende bekende en onbekende risico's, onzekerheden en andere factoren kunnen de toekomstige werkelijke resultaten, de financiële situatie, de ontwikkeling, of de prestaties van het bedrijf aanzienlijk verschillen van de schattingen die hier worden gemaakt. Deze factoren omvatten deze besproken in openbare rapporten van Bayer die beschikbaar zijn op de website van Bayer www.bayer.com. Het bedrijf aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid om deze toekomstgerichte verklaring te actualiseren of aan te passenaan toekomstige gebeurtenissen of ontwikkelingen.